De stand van de Ancona na meer dan 80 jaar
Door Bernhard Hanskamp
Het pracht- en nuthoen de Ancona wordt al veel langer dan 80 jaar in ons land gefokt.
Met de Anconakriel is dat in Nederland nu wel precies 80 jaar het geval. Hoe is de stand van deze rassen? Hoe is nu de kwaliteit van de Ancona als hoen en van de Anconakriel als dwerghoen?
De Ancona was er al vroeg bij
Wie in oude regionale bladen van net na 1900 kijkt zal in verslagen van tentoonstellingen in ons land de Ancona geregeld tegenkomen. Op landbouwtentoonstellingen in de Groningse Veenkoloniën bijvoorbeeld, zoals in Stadskanaal en Veendam, was dit toen al het geval. Wanneer je oude mensen uit de landbouw in het oosten van ons land spreekt, is de Ancona zeker geen onbekend hoenderras. Men kent ze nog van vroeger.
In feite was zo'n 100 jaar geleden de Ancona de echte tegenvoeter van de Leghorn. Het zijn dan wel Ancona's met een teveel aan wit en het wit zit op de verkeerde plaats. Ook het type en de staartdracht laat in ons land voor de periode van 1926 veel te wensen over.
De Leghorn brak toen als bedrijfsras helemaal door. De doorbraak van de Ancona haperde echter in ons land. Toch zijn er wel gevallen bekend waar de Ancona in Nederland puur als bedrijfras werd gehouden. In Amerika werd er rond 1920/1930 zelfs goud mee verdiend.
Dubbeldoel kip
Van meet af aan is de Ancona een dubbeldoel kip geweest. Reeds vanaf de economische fok en dus de opbouw van het ras, in de USA vanaf 1900. Maar ook in Nederland en zeker na 1926. Zowel als nutras, met name voor de leg van veel witte eieren, maar ook als prachthoen. Dit om er letterlijk en figuurlijk mee te kunnen showen.
Voor de Ancona gold en geldt nog steeds...de show must go on. Maar dan wel met een prachtige kip, die ook de kunst verstaat om veel eieren te leggen. Ook in de toekomst. Het is gewoon een historische eigenschap, die bij dit ras hoort, net als water bij de zee hoort. Het op een na hoogste predicaat F is dan ook niet voldoende. Er moet een goede leg achter zitten.
Op de eerste bijeenkomst van de net opgerichte Nederlandse Ancona Club in 1929 werd dit ook duidelijk vastgesteld. De Ancona als sportras en als nutras.
De eerste Anconakrielen
In oude bladen kwam ik de eerste importen tegen, namelijk vanuit Engeland in de jaren twintig van de vorige eeuw. Maar dit dwerghoen werd in ons land ook nieuw geschapen. Zelfs door twee verschillende doorgewinterde Ancona fokkers tegelijk. Namelijk door Duiveman uit Doorn en Jan Douwsma uit Assen.
Ongeveer vanaf 1930 volgden ze allebei hun eigen lijn. De een, namelijk Duiveman, met de creatie van echte krielen. Dit waren de miniaturen, maar het type en de tekening kon wel wat beter. De ander, namelijk Jan Douwsma, had de lijn van het verkleinen (verdwergen) van het Ancona hoen gevolgd. Bij hem was type en tekening beter, maar deze krielen waren eigenlijk te fors. In Groningen bij de NNB showde Douwsma net na 1930 reeds met zowel jonge als overjarige Anconakrielen. De kwaliteit was zeer goed.
Tussen Duiveman en Douwsma was er binnen de Anconaclub een niet aflatende strijd wie nu de beste resultaten had gehaald. Jaap Hartland concludeerde dan ook dat deze heren beter hun eigenwijze koppen bij elkaar konden steken om tot een betere Anconakriel te komen.
De gewenste fokrichting
De gewenste standaard voor de Ancona is onmiskenbaar de Amerikaanse Standard of Perfection. Rond 1915 is deze uitwerking reeds helemaal vastgelegd. Het type heeft veel van een wat kleine Amerikaanse Leghorn. Maar dan in een geheel afwijkende kleur. Het geheel wit van de Amerikaanse Leghorn is vervangen door de kleur pikzwart met een groene glans als hoofdkleur. Daarbij zitten er melkwitte parels op het einde elke grote veer. Vanaf een grote afstand lijkt een jonge Ancona haast een zwarte kip.
Van Hoesen heeft dit in een boek in 1915 en 1923 uitgebreid beschreven. Ook de clubbladen uit Amerika rond 1920 en 1922 zijn overduidelijk. Men had toen topdieren.
Verschil in type
Batty heeft in 1988 in Engeland het verschil tussen het niet gewenste Engelse type en het gewenste Amerikaanse type goed in beeld gebracht. In Engeland komt de geknepen staart, de wat iele staart en de te steile staart volop voor, ook bij de winnaars op de shows.
Zowel de inhoud als ook de toepassing van de standaard in Engeland is zeker niet ons voorbeeld. De zwart wit tekening en kleur op de veren gaat in dat land met 35 punten duidelijk op kop. Het totaal van alle kleuren gaat daar met maar liefst 50 punten (de optelsom van veer-, snavel-, oog- en pootkleur) voor alles.
Het type wordt in Engeland minder belangrijk gevonden en verdient hooguit 15 punten. Menige winnaar bij de Ancona's en vooral bij de Anconakrielen, zou bij ons op de clubshow zelfs nog niet in de middenmoot eindigen. Het winnende dier heeft meermalen een type, dat meer lijkt op een bal met een steel eraan.
Dan de schitterende Ancona's, die werden getoond in het beroemde oude Madison Square Garden in New York. Hieruit blijkt duidelijk hoe zo'n 80 tot 90 jaar geleden de na te streven standaard voor de fok van Ancona' was.
Twijfel over de standaard
Over het na te streven voorbeeld voor de fok, is in de loop van tientallen jaren wel meermalen veel discussie geweest. Zelfs een jaar of wat geleden stak de vraag naar de gewenste tekening plotseling de kop weer op. Het opvallende is echter, hetgeen mij duidelijk is gebleken, dat de gewenste standaard al wel 100 jaar lang over de gehele wereld in minstens 10 landen heel veel overeenkomsten vertoond. Het kan en mag dan ook niet zo zijn dat in een enkel land het voorbeeld voor dit historisch ras plotseling wordt aangepast.
Duitsland zit fout
Duitsland is zo'n voorbeeld dat op dit punt niet door de beugel kan. Zo zijn Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk helemaal uit de Europese pas gaan lopen.
De Ancona is daar na de tweede wereldoorlog als ras domweg afgeschaft! De Ancona bestaat daar nu niet meer! Men heeft nu de zwart witgeparelde Leghorn als enige mogelijkheid ten tonele gevoerd, met alle problemen van dien. Menig Duitse Leghorn in de Ancona kleur heeft problemen met een ongewenste aanslag op de poten, die egaal maïsgeel dienen te zijn.
In de Duitse standaard is verder voor de kleur en tekening ook nog eens de weg van de minste weerstand gekozen. Dit door bij de grote pennen in de vleugels, zowel geheel zwarte als een enkele geheel witte slagpennen, toe te staan. Iets dat historisch gezien de Ancona geheel onwaardig is. Het is maar goed dat de toonaangevende Amerikaanse fokkers van 80 jaar geleden, als Frank Stier, Roy van Hoesen, Charley Traweek en Cecil Sheppard, dit niet meer mee hoeven maken.
In Zwitserland is nu een wat verwarde situatie ontstaan. Zowel de Ancona, als de zwart witgeparelde Leghorn, zijn daar sinds een jaar of tien officieel erkend.
Pootkleur
In Nederland is het ook een paar keer voorgekomen, dat de gewenste pootkleur plots werd gewijzigd. Geel met zwarte vlekjes zou onhaalbaar zijn, was daarbij de redenering, om de standaard op een jaarvergadering plots te willen veranderen. In de praktijk blijkt het ideaal beeld van deze bijzondere pootkleur echter best mogelijk. Maar het kost nu eenmaal de nodige inspanning.
De hoeveelheid wit
Coen Aalbers en mevrouw Banning-Vogelpoel hadden al scherp in de gaten dat over de hoeveelheid wit bij een overigens goede Ancona te twisten viel. Voorop staat dat op elke grote zwarte veer een scherp begrensde melkwitte eindtip vereist is. Dus zowel op de grote staartveren, als in alle slagpennen. We fokken nu eenmaal geen zwartstaarten, is mijn devies. En bij het beoordelen van een dier spreiden we voor de goede beoordeling altijd de vleugels uit.
Over de hoeveelheid witte parels in de kleine veren valt echter te twisten. Het tellen van 1 op 2 of 1 op 3 geparelde kleine veertjes, naast de overige geheel zwarte veertjes, is zinloos. Het allerbelangrijkste is en blijft daarbij echter de regelmatige verdeling van de heldere scherp begrensde parels over het gehele lichaam. De regelmatige verdeling gaat voor alles.
Succes op de shows
Stemerdink uit Winterswijk had met de Anconakriel op Ornithophilia in Utrecht aan het eind van de jaren vijftig al veel succes. Op dezelfde show kwam later de destijds nog jonge fokker Alwin van Dijk uit Dwingeloo ook tot de allerhoogste prijs met een grote Ancona. In Friesland werd al eens een U behaald met een grote Ancona. Hendrik Strijker uit Pesse haalde onlangs in Ruinen ook een U voor een Anconakriel.
De stand van de Ancona nu
Als hoen is de Ancona nu langzamerhand zeldzaam geworden. Het lijkt er sterk op dat de Middellandse Zeerassen helemaal uit de mode zijn geraakt. De Andalusiër en Minorca zijn als belangrijke historische rassen helemaal met een lantaarn te zoeken.
De kwaliteit van de hedendaagse Nederlandse Ancona is goed te noemen. Beter dan 25 tot 30 jaar geleden. Maar er zijn gewoon te weinig liefhebbers om definitief de sprong naar de top te kunnen maken.
De stand van de Anconakrielen nu
Het lijkt erop dat heden ten dage de kwaliteit van de krielen echter wat achter blijft bij de grote Ancona. In de jaren tachtig was dit juist omgekeerd. Toen was juist de kwaliteit van de krielen beter. De clubshow tijdens de Noordshow januari 2009 was in dit opzicht geen hoogtepunt. Terecht liet keurmeester van der Hoek hier een overjarig dier met de hoofdprijs naar huis gaan.
Ander kleuren en ander kamvariëteiten
De rozekam is als afwijkende kamvariëteit al meer dan 100 jaar standaardmatig erkend. Bij de meeste Middellandse Zeerassen zagen we vroeger deze rozekam. Bij de Minorca en de Leghorn zien we op de shows in binnen- en buitenland vele tientallen jaren geleden nogal wat dieren met een rozekam. Je hoeft er de oude fokkersbladen uit de eerste helft van de vorige eeuw maar op na te slaan. Bij deze rassen is de rozekam haast weg, zeker in Nederland. Alleen de rozekam Ancona houdt nog net stand. Maar daar is dan ook alles mee gezegd.
Blauw
De kleurslag blauw was er sinds 1970, zowel bij groot als kriel. De blauwe Ancona krielen behaalden daarbij in de jaren tachtig van de vorige eeuw een goed kwaliteit. Deze kleur verdween vervolgens weer. Vanaf het jaar 2000 is deze blauwe kleur, zowel bij groot als kriel, weer opnieuw geschapen. Gerrit Stuy uit Doorn speelde hierbij de hoofdrol.
Blauw is geen kleur, maar eigenlijk een toestand. Verschillende kleurtinten en geen omschreven vereisten in de standaard, maken dit tot een zoektocht. Met als grote vraag: Is het wel blauw, of meer grijs met een neiging naar grijsbruin?
Rode Ancona
In Australië is de Ancona, zowel bij kriel als groot, ook in de rode kleur erkend. Michael O'Connor heeft hierbij een hoofdrol gespeeld. Het blijkt echter heel moeilijk, zo niet onmogelijk, om de zwarte kleur kwijt te raken. Het lijkt dan ook meer op een porselein kleur bij een Ancona. Iets dat natuurlijk niet kan, zeker gezien het porselein bij de Leghorn.
De start is in Australië niet goed geweest. Men had met een lichtblauw geparelde of nog liever een vuilwitte echte Ancona moeten beginnen. Om op deze manier het zwart beter weg te krijgen.
Recensie corrigeren
Tot slot wil ik nog een recensie rechtzetten. Het gaat over de beschrijving van de clubshow, tijdens de Noordshow 2009. De keurmeesters Voskamp en van der Hoek hadden hier goed werk geleverd.
Maar het verslag over de rozekammige krielen behoeft een aanvulling. Hierover werd gemeld dat de forse en te hoge kam, zou komen door het fokken met de enkelkam. Daardoor zou de rozekam ook wat hoog op een basis staan. Dit was bij deze krielen echter niet het geval geweest. Het is juist dat de kammen niet goed waren. Het is echter niet zo, dat de enkelkam hiervan de oorzaak was.
Reden temeer om te zorgen, dat we als club in de toekomst toch met een betere rozekam voor de dag komen.
Doorzetten
Een kleine groep liefhebbers houdt dit ras met zo'n rijke geschiedenis over de gehele wereld nog in stand. Enige ondersteuning is daarbij van harte welkom. Daarbij is praktische kennis van dit ras absoluut noodzakelijk. De huidige fokkers en de oude rasclub zijn daarbij onontbeerlijk. Op eigen kracht zal het wel erg moeilijk worden.
Inlichtingen en reacties zijn welkom: Bernhard Hanskamp Nijlande 7 9452VA Nijlande 0592-312602 b.hanskamp@planet.nl raadpleeg voor meer informatie: www.anconaclub.nl
Copyright © Anconclub.nl