Goud van oud
Door Bernhard Hanskamp
Op onze shows zien we veel te weinig overjarige hoenders en dwerghoenders, dieren dus die ouder zijn dan 1 jaar. Zelfs de prachtige Noordshow is in feite haast een jongdierenshow. Je moet zoeken naar overjarige. Hier zit structureel iets fout!
Hoe anders waren de shows in ons land zo’n 60 tot 80 jaar geleden, in de eerste helft van de vorige eeuw. Vaak met een grote klasse oude dieren. Showen en nut (economie) gingen toen nog hand in hand. Hoe anders is nu nog de situatie in landen als Engeland en Australië. In deze landen is bij een ras vaak eenderde overjarig, soms zit in een klasse wel 40% oud. Uit een oogpunt van welzijn, imago van de hobby, kosten en blijvende kwaliteit van onze dieren is overjarig een must.
Tegen de wind in
Er zijn verschillende motieven naar voren te brengen, waarom het showen en houden van overjarige dieren lastig is. Als je met fokkers en keurmeesters praat gebeurt dat ook meteen. De nadelen vliegen je om de oren. Veel argumenten waarom het met oude dieren moeilijk gaat. Ik heb ze in mijn contacten met de NHDB, toen ik de overjarige verschillende jaren geleden wilde stimuleren, vaak gehoord. Er bestaan echter ook veel tips hoe je overjarige dieren toch goed op de show kunt brengen. En hoe de keurmeesters ze eigenlijk zouden moeten beoordelen.
Welzijn
Met een aantal oude dieren, die je jarenlang voor de fok en het showen gebruikt, heb je uiteindelijk minder ruimte nodig. Uiteraard moeten je overjarige dieren wel worden gehuisvest. Dat kost ruimte. Maar je kunt veel meer gericht fokken. Van een trio of een paar. Alleen van een kleine toom, met dieren die goed bij elkaar passen. Teruggaan op overjarige dieren van 3, 4 of 5 jaar oud. Dus ga je van een paar hennen veel nakomelingen fokken. Van dieren die hun fokwaarde hebben bewezen. Dus in totaal veel minder jonge dieren fokken, bijvoorbeeld de helft of nog minder, van hetgeen nu gebruikelijk is! Maar met gemiddeld een veel hogere kwaliteit. Daar ligt onze uitdaging! Zodat je relatief veel dieren fokt die goed zijn. Moeilijk maar naar mijn mening noodzakelijk. Je hebt voor deze jonge dieren, die veel minder in aantal zijn, dan wel meer ruimte per dier beschikbaar. Meer ruimte per dier, meer aandacht, beter kunnen selecteren, zien wat er loopt, hoe het zich ontwikkelt en veel minder voerkosten. Minder kans op veren pikken, overbevolking, ongedierte etc. Minder overlast in de omgeving, minder problemen met een eventuele vergunning. We weten er als fokkers alles van. Wij moeten zorg dragen voor het wel en wee van onze dieren.
Imago
Het is wezenlijk voor onze hobby veel meer op de wereld om ons heen te letten. Enkele jaren geleden is het welzijnsaspect voor kleindieren in Duitsland prominent op de politieke agenda gezet! De fokkers werden daar geconfronteerd met nieuwe regelgeving. Dat heeft daar grote gevolgen gehad, zoals voor de omschrijving in hun standaard. Tussen de Duitse fokkers en in de Duitse bladen was dit het gesprek van de dag. De Duitse minister van landbouw in die tijd Renate Kunast ontving toen een uitgebreide open brief. Tijdens het schrijven van dit artikel kreeg ik op dit punt ook duidelijke negatieve berichten uit Engeland. We moeten dit punt ook in Nederland voor de toekomst beslist niet onderschatten.
Men zou zich eens moeten realiseren hoe het bij de fok en bij het houden van kleindieren soms toegaat. Vooral daar waar heel (te)veel wordt gefokt en gehouden. Het is aan ons om voor goede leefomstandigheden bij de dieren te zorgen. En niet dat er teveel op een hoop zit. Veel dieren in een kleine ruimte. Of dat er veel dieren over en niet van nut zijn. En er zelfs van alles in de container beland! Of na 1 jaar niet meer van nut is voor het showen en wel ”weg” kan. Of allerlei ”mis”kleuren, die niet aan het doel beantwoorden en af worden gemaakt. De lezer mag en kan het zelf verder invullen. Maar dat het imago van onze liefhebberij voor de samenleving, dus voor de politiek, een punt kan worden behoeft veel aandacht!
Kosten
De voerkosten kunnen bij een meer gerichte fok beperkt worden. Met name in de periode dat er heel veel jonge dieren in de groei zijn, vliegt het voer erdoor. Je wilt de dieren uiteraard ook goed op laten groeien. Dus de helft of zelfs eenderde aan jonge dieren maakt veel uit in de voerkosten.
Duurzame kwaliteit
Het is in onze liefhebberij de kunst om de gewenste eigenschappen er vast in te brengen. Om te komen tot kleurvaste dieren. Dat vraagt inzet van oude dieren die qua tekening, kleur, glans, dons etc. nog redelijk zijn. Dat is een weg die jaren vraagt. Maar nu gaan we er veel te veel van uit dat kleur, tekening etc. na een of twee jaar toch veel minder zijn. Dit moeten we niet accepteren, maar als uitdaging ombuigen. Een duurzame kwaliteit voor meerdere jaren moet het doel zijn. En we moeten meer kennis hebben en verspreiden wat verschil in type en verkleed door de jaren heen doet.
Het brengen op een show
Net als sporters moeten we vaststellen wanneer we willen pieken. Wil je naar de top met oude dieren op bijvoorbeeld de Noordshow, dan het licht aan vanaf begin december. De dieren zitten dan rond de jaarwisseling tegen de leg en tonen zich op het best. Een show in december of januari is vooroverjarige dieren geschikt.
Een grote klasse oude dieren biedt vele voordelen. Het geeft een completer beeld van een ras. Er is vergelijk mogelijk tussen jong, oud en nog ouder. Als een fokker er is met drie of meer jaargangen, kun je wijzen op de verwantschap in afstamming. Welk jonger dier is uit welk ouder dier gekomen. Zo’’n overzicht is heel leerzaam. Het biedt goede stof voor discussie tussen de kooien!
Extra vorming voor keurmeesters
Een man van 18 jaar, van 30 jaar, van 40 of van 60 jaar zien er ook telkens anders uit. Allemaal kunnen en zullen ze hun kwaliteit en eigenschappen hebben. Kwaliteit die bij hun leeftijd past. Hun sterke en minder sterke punten. Grijs of kaal, soepel van conditie en lichaam of wat stram, levenservaring en wijsheid of nog wat onderdacht. Soms is het gewoon gebonden aan de leeftijd. Vele lezers hoeven allen maar bij zichzelf te rade te gaan! Hou jezelf door de jaren heen eens een spiegel voor.
Het beoordelen van oude dieren is niet anders. De richting, waarin zowel de haan als de hen zich ontwikkelt, verandert. Er treden nu eenmaal wijzigingen op in de staartpartij, pootkleur, veerkleur, tekening, formaat en gewicht, kopversierselen, ornamenten (baard, toef en kuif), spoorvorming etc. Het levert veel meer kennis van het ras en de kleur, waar je mee bezig bent.
Het geeft stof voor de selectie, het keuren en de adviezen voor de foktoom. Het levert je veel op! Je leert een ras beter kennen en te doorgronden! Voor keurmeesters een must. Mijn ervaringen op dit punt betekenen een verrijking voor de fok en de liefhebberij. Je kunt echt genieten van mooie oude dieren.
Hoe pakken we dit op?
Nu ligt de bal bij fokkers, de inzenders, de NHDB, de shows, de keurmeesters en de speciaalclubs. Het is zaak dat zij allemaal vanuit hun betrokkenheid de overjarige gaan stimuleren. Wanneer deze groepen elkaar ondersteunen zullen de klassen met krielen en kippen er op de shows tussen 2010 en 2020 er anders uitzien. Veel vollediger. Met een betere kwaliteit. Ik ben benieuwd.
Copyright © Anconclub.nl